Leo Schoots

2017 juni, acryl op doek, 40 x 50 cm, n.t.k.

Wij hadden een afspraak gemaakt. Leo zou mij op een geschikt moment meenemen naar een plek waar leeuweriken zouden zitten. Ik was in deze vogel geïnteresseerd geraakt doordat ik er regelmatig over had gelezen. Zoals die keer dat Herman Wijffels tijdens een interview vertelde dat hij elk jaar weer uitkeek naar het moment dat de veldleeuweriken terug waren op de boerderij en hoe hij dan, liggend op zijn rug, naar hen luisterde. En ik ontdekte dat Ton Lemaire zelfs een boek specifiek over de leeuwerik schreef. Leo, als fanatiek vogelaar, was voor mij dé persoon die mij verder kon helpen.

Leo en ik kwamen elkaar tegen via onze partners. Beiden werken op dezelfde school en zijn niet alleen collega’s maar ook goede vriendinnen. Later, in 2010, deed Leo mij het voorstel om naar een meezingavond van het Tiels Mannenkoor te gaan. We besloten diezelfde avond lid te worden en Leo werd niet veel later secretaris van het bestuur. In het koor ontpopte Leo zich als een bedachtzaam bemiddelaar. Reageerde men in zijn ogen te snel of te heftig over zaken die het koor aangingen, dan kwam Leo in alle rust van zijn stoel en sprak het koor vaderlijk toe.

Onze contacten bleven niet beperkt tot de repetities. Op zaterdagen nam Leo mij regelmatig mee op excursies van de vogelwerkgroep West Betuwe. Als volstrekte leek was ik steevast kampioen eerstelingen, dat wil zeggen de deelnemer die de meeste vogels voor het eerst in zijn leven waarnam. Ook heb ik warme herinneringen aan het weekendje Ameland en de gezellige avonden samen.

De leeuwerik heeft Leo mij niet meer kunnen laten zien. Zijn totaal onverwachte dood nu bijna 4 jaar geleden maakte dat helaas niet meer mogelijk.

Tijdens het schilderen van zijn portret voor Annemiek, zijn vrouw, kwamen deze en andere dierbare herinneringen als vanzelf.

Vriendelijke groet en fijne Pinksterdagen, Bert

2 thoughts on “Leo Schoots

  1. Onvervulde wensen en beloften, verwachtingen die wegvluchten over de einder, de altijd onbereikbare regenboog: waarom houdt een mens de herinnering daaraan levend? Ook al verkeert die mens in de wetenschap dat die te allen tijde onvervuld en onbereikbaar zal blijven. Of misschien toch niet? Zeker weten doe je het nooit. Het is juist die vorm van zelfkwelling die tegelijkertijd zowel een negatief als een positief effect sorteert. De vervulling blijft uit, maar het is aangenaam de verwachting te kunnen blijven koesteren.
    Die leeuwerik die de door Bert Megens geportretteerde Leo Schoots hem ooit zou laten zien: het is er nooit van gekomen. Maar nu wordt het penseel op het doek gezet en daar duikt hij weer op, onweerstaanbaar, de leeuwerik. Je zou er poëzie voor en over kunnen gaan schrijven. Maar daar lukt het niet. Zoek maar op: Frederik van Eeden (Hei-Leeuwerik), J.H.L. Leopold (Idylle) of Lucebert (Landjuweel). Leeuweriken alom, maar niet de ongeziene, de zich niet vertonende. Dichters trekken hun ader blijkbaar pas open als ze het beestje horen of hebben horen twinkeleren. Dan raken ze verrukt en kunnen en mogen wij tot in lengte van dagen van die verrukking meegenieten. Het valt te begrijpen, want hoe moeilijk moet het zijn te verwoorden wat je nooit hebt gezien: hoe ziet het vogeltje eruit, hoe klinkt het, gaat het hoog-laag of laag-hoog? Allemaal zaken die de dichter graag tot zich neemt alvorens zijn woordenkast open te trekken. Dus wat te doen als schilder? Die heeft de mogelijkheid om het onvervulde alsnog van een invulling te voorzien. Hij hoeft niets te laten zien omdat hij van de beschouwer van zijn werk mag verwachten dat die zelf maar kijkt. En zie (hier dus opeens letterlijk en figuurlijk). Vooruit dan maar: Leo Schoots lijkt te zeggen: “Bert, je weet beter. De leeuwerik is daar, waar je me naar laat lijken, ins Blaue hinein”.
    Dat verklaart ook meteen de kleurstelling van dit schilderij.

    Jos Swiers
    4 juni 2017

    • Jos Swiers heeft gelijk: de leeuwerik is daar.
      Zoals toen ik, het Pieterpad lopend, langs het Leeuwerikveld in Coevorden kwam. Daar even rust nam om het luchtruim af te speuren, want zou die naam onderdeel zijn van een Vogelwijk of bedacht zijn om wat daar vliegt? Het laatste bleek waar. Als je een keer de leeuwerik ziet vliegen en hoort zingen, slaag je er nadien gemakkelijker in om hem ook elders op te merken zoals dichter bij huis in de uiterwaarden van de Waal bij Heesselt. Dat streelt oog en oor. Ik had dat maar wat graag samen met Leo beleefd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.