Gerard Schilder

2017-nov., acryl op doek, 50 x 70 cm, n.t.k.

Of ik Gerard wilde schilderen, vroeg zijn vrouw Marij. Met plezier zette ik me aan deze eervolle opdracht.

Ik koos een foto, dit voorjaar gemaakt tijdens onze schildersweek in Frankrijk. Die blik van Gerard! Zo moet hij ook gekeken hebben toen de godsdienstleraar hem in 1962 een gulden bood als hij naar de kapper zou gaan.

De eerste lesdag op het Bisschoppelijk College in Weert zaten Gerard en ik al snel naast elkaar. Beiden geen Limburger en dus de streektaal niet machtig, zochten we elkaar als relatieve vreemdelingen op. Dat is ruim 55 jaar geleden.

Sindsdien zijn we vrienden en zijn wij elkaar blijven volgen. Beiden gingen wij na de middelbare school op kamers in Tilburg om te studeren; Gerard tekenen en grafische vormgeving en ik economie.

Kunst is altijd een bindmiddel geweest van onze vriendschap. Jaarlijks proberen wij in onze drukke agenda’s minstens een dag vrij te maken om een museum te bezoeken. Zo combineren wij onze interesse in kunst met het uitwisselen van de laatste wetenswaardigheden thuis, onze kinderen en ons werk.

Toen Gerard onlangs afscheid nam als docent aan de Kunstacademie in Arnhem was ik er getuige van met hoeveel spijt men hem liet gaan. Zijn enorme vakmanschap als grafisch vormgever paarde hij aan de beste kwaliteit die een leraar kan hebben: vertrouwen in zijn studenten. Daarmee gaf Gerard hen als vanzelfsprekend, ook vertrouwen in zichzelf.

Na onze pensionering hebben wij ons gestort op het actief schilderen. Soms exposeren we samen, zoals onlangs in Ravenstein en Swartbroek.

De vraag van Marij of ik een portret van Gerard wilde maken, heb ik met beide handen aangegrepen. Ik toon u met groot genoegen hierbij het portret van mijn vriend Gerard.

Vriendelijke groet, Bert 

One thought on “Gerard Schilder

  1. Wim Sonneveld.
    Je moet hem vooral horen en zien. Zijn dictie, zijn intonatie en zijn timing, zowel in zijn conferences als in zijn liedjes. Ga maar eens luisteren, bijvoorbeeld op YouTube. Zijn conference ‘de gulle lach’ is een mooi voorbeeld, waarbij hij natuurlijk veel te danken heeft aan de tekstschrijver(https://youtu.be/jPx2V8TMHh4).

    Een stukje uit die tekst.

    ‘….. Ach, meneer Sonneberg, se hebbe geen gefoel voor humor meer, de Amsterdammers. Saggerijne sijn ‘t, allemaal. Neem mij nou. Ik loop vanmorrege om hallef elf in de Ferdinand Bol, ‘k hep twee borrels op, meer niet. Boven aan een ladder zie ik een fent staan met een grote bijl in de muur te hakke.
    Ik roep naar boven: “Hé, da doe je fekeert”.
    Hij komt naar beneden en seg tege me: “Wat seggie?”
    Ik seg: “Je doet ’t fekeert.
    Dan segtie: “Hoesoo?”
    “Dat moet je een ander late doen”.
    Een aardigheidje, meneer Sonnenberg. Ik hep een borreltje op, u weet hoe da gaat, ik was goedgemutst. Wat dagtu dattie moest lache, dat stuk sjaggerijn? Weet u wattie tege me sei?
    “Mot je me daarfoor de ladder af late komme?”
    En hij geeft me een dreun tege me herses. Dan konnikut toefallig goed hebbe, want ’t was maar een klein gosertje, maar efe so goet lag ik vanmorrge om hallef elf al te matte op de Ferdinand Bol. Daarom fraag ik u af , meneer Sonneberg, waar is de gulle lach op hede geblefe? Dat fraag ik u af’.

    Het antwoord op deze vraag is duidelijk: hier op dit schilderij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.