Wisława Szymborska

2021, acryl op board, 50 x 55 cm.                            Foto: Gijs Heuff.

Het veiligst voel ik me lezend in een boek of schilderend achter mijn ezel. Zo houd ik mijn vensters open en de besmetting buiten. Onlangs raakte ik opnieuw geboeid door de gedichten van Wisława Szymborska, de in 2012 overleden Poolse dichteres. Zij werd hier pas echt bekend nadat haar in 1996 de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend. Een portret kon niet uitblijven!

Szymborska wordt geroemd om haar ironische en nuchtere kijk op het alledaagse, waardoor zij de lezer aanzet zich weer te verwonderen over hele gewone dingen.

Om dit te illustreren koos ik onderstaande twee gedichten. 

Vriendelijke groet,
Bert Megens   

          

Het schrijven van een c.v. (1986)

Wat moet je doen?
Je moet een aanvraag indienen
en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

Ongeacht de lengte van het leven
moet het c.v. kort zijn.

Bondigheid en selectie zijn verplicht.
Vervang landschappen door adressen
en wankele herinneringen door vaste data.

Van alle liefdes volstaat de echtelijk,
en van kinderen alleen die welke geboren zijn.

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.
Reizen alleen indien buitenlands.
Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.
Onderscheidingen zonder waarvoor.

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat
en altijd ver uit je eigen buurt bent gebleven.

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten, vogels,
rommeltjes van vroeger, vrienden, dromen.

Liever de prijs dan de waarde,
de titel dan de inhoud.
Eerder nog de schoenmaat dan waarheen hij loopt,
hij voor wie jij doorgaat.

Daarbij een foto met één oor vrij.
Zijn vorm telt, niet wat het hoort.
Wat hoort het dan?
Het dreunen van de papiervernietigers.

*****

Een bijdrage tot de statistiek

Op elke honderd mensen

zijn er tweeënvijftig
die alles beter weten

onzeker van elke stap –
bijna de hele rest,

bereid om te helpen,
als het niet te lang duurt
-wel negenenveertig,

de goedheid zelve,
omdat ze niet anders kunnen,
-vier, nou, misschien vijf,

in staat tot bewondering zonder afgunst
-achttien,

om de tuin geleid
door de jeugd die voorbijgaat
-plusminus zestig,

nemen er vierenveertig
alles serieus,

leven er in voortdurende angst
voor iemand of iets
-zevenenzeventig,

hebben er talent om gelukkig te zijn
-twintig, hoogstens dertig,

zijn als individu ongevaarlijk,
maar slaan los in de massa,
-meer dan de helft, minstens,

wreed,
als omstandigheden hen dwingen,
-hoeveel weet ik liever niet,
ook niet ongeveer,

wijs door schade
-niet veel meer
dan zonder,

willen van het leven alleen dingen,
-dertig
hoewel ik me liever vergis,

krimpen in elkaar en hebben pijn,
zonder lantaarn in het donker
-drieentachtig,
vroeg of laat,

zijn tamelijk veel
rechtvaardig
-vijfendertig

maar als rechtvaardigheid
de moeite van begrijpen vereist
-drie,

verdienen er medelijden
-negenennegentig,

zijn sterfelijk
-honderd op de honderd.
Een getal dat vooralsnog niet verandert.

Wisława Szymborska (1923-2012).

 

Uit: Einde en begin, verzamelde gedichten, Uitgeverij Meulenhoff.

Vertaald door Gerard Rasch

Een reactie op “Wisława Szymborska

  1. De hand aan de mond slaan
    Misschien is de grootste verwondering wel de eigen verwondering: het moment dat je je realiseert dat wat van buiten komt emotie oproept. Een onverwachte en soms ook wel een onvermoede gemoedsbeweging die om behoud smeekt, niet mag wegvloeien te midden van al die andere gedachtenstromen. Alsof wat in een flits tot iets dierbaars is geworden ogenblikkelijk en voor altijd bewaard moet blijven in het geheugen. Op datzelfde moment schiet als vanzelfsprekend je hand naar je mond en sluit die opening af zodat ontsnappen niet meer mogelijk is. Niet in zuchten, niet in woorden of klanken en zelfs niet in gedachten. De verwondering heeft zijn eindbestemming gevonden en keert daarna alleen nog terug als herinnering, als dierbare herinnering, een leven lang, en blijft bewaard in het diepst van onze gedachten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

error: Content is protected !!