Nieuwsbrief

Om de betreffende nieuwsbrief te lezen, moet je op de naam van de nieuwsbrief klikken.

——————————————————————–

30-10-2018 Nieuwsbrief 41Leonard Cohen

04-10-2018 Nieuwsbrief 40Ton Lathouwers

01-09-2018 Nieuwsbrief 39A.L.Snijders

08-13-2018 Nieuwsbrief 38 – Yuval Noah Harari

07-22-2018 Nieuwsbrief 37 Zelfportret

07-06-2018 Nieuwsbrief 36Klaus Steinke

06-21-2018 Nieuwsbrief 35 Ed Harris

05-23-2018 Nieuwsbrief 34Alice Tjaden

02-28-2018 Nieuwsbrief 33Marij Adriaens

02-23-2018 Nieuwsbrief 32Geertje Langan-Hol

02-02-2018 Nieuwsbrief 31 Alex Roeka

01-22-2018 Nieuwsbrief 30Simeon ten Holt

12-21-2017 Nieuwsbrief 29 Hij die luistert

11-30-2017 Nieuwsbrief 28Nise

11-13-2017 Nieuwsbrief 27Hans brengt ‘t rond

11-07-2017 Nieuwsbrief 26Gerard Schilder

10-10-2017 Nieuwsbrief 25Jos Swiers

09-21-2017 Nieuwsbrief 24 Gaan sit

08-10-2017 Nieuwsbrief 23Opa, luk je?

07-30-2017 Nieuwsbrief 22Paddy Langan

07-13-2017 Nieuwsbrief 21Gerard Petrus Fieret

06-01-2017 Nieuwsbrief 20Leo Schoots

05-10-2017 Nieuwsbrief 19 John Berger

04-02-2017 Nieuwsbrief 18 Wim Roeffen

03-09-2017 Nieuwsbrief 17 Joop Wilke

02-20-2017 Nieuwsbrief 16Hein v.d. Sanden

02-07-2017 Nieuwsbrief 15Jan in drievoud

01-19-2017 Nieuwsbrief 14 – Jaap de Roos

11-25-2016 Nieuwsbrief 13Blik op het landschap

11-04-2016 Nieuwsbrief 12 Aan het oog onttrokken

10-18-2016 Nieuwsbrief 11Norbert

08-15-2016 Nieuwsbrief 10 – Man met hemd

07-26-2016 Nieuwsbrief 9 Merijn & Mare

06-06-2016 Nieuwsbrief 8Judith Herzberg

04-05-2016 Nieuwsbrief 7 – Anneke Brassinga

03-16-2016 Nieuwsbrief 6 – Anneke Brassinga(studie)

03-15-2016 Nieuwsbrief 5 – Nieuw, oud portret

03-02-2016 Nieuwsbrief 4 – Karmijn

01-12-2016 Nieuwsbrief 3 – A.L. Snijders

12-26-2015 Nieuwsbrief 2 – Herm en Marga

12-17-2015 Nieuwsbrief 1 – Bernlef

12 thoughts on “Nieuwsbrief

  1. Reactie op Nieuwsbrief 29 – Hij die luistert – door Jos Swiers

    Jos Swiers
    jswiers@ziggo.nl
    217.101.111.57

    Het is niet bepaald het eerste waar je aan denkt, dit geschilderd beeld, als je het over een luisterhouding hebt. Ook de meters (management)boeken laten er geen misverstand over bestaan: zo doe je dat niet. Zo’n botsing van verwacht beeld met een getoonde werkelijkheid kan zowel verontrustend als verfrissend zijn. Verontrustend, omdat je je gaat afvragen waarom dit beeld van luisteren zover van je af staat. Verfrissend, omdat na wat wrik- breekwerk, zich de ruimte ontvouwt om tegen jezelf te kunnen zeggen: op die manier kun je ook luisteren. Zonder een fysieke opponent, gewoon naar al wat er in je omgeving aanwezig is of zou kunnen zijn. Laat het op je afkomen en ontdek wat je misschien nooit eerder hoorde. Omdat het geen geluid maakte, omdat het klanken en beelden zijn die niet van buiten komen maar in je eigen brein ontstaan. Verwoorde stilte, alleen door de luisteraar gehoord. Wat ontstaat is een vorm van fluisteren. ‘Hij die fluistert’ zou een mooie, alternatieve titel kunnen zijn. Wat één enkele letter in de taal al niet vermag.

  2. Reactie op Nieuwsbrief 28 – Nise – door Jos Swiers,

    Jos Swiers
    jswiers@ziggo.nl
    217.101.111.57

    Spreekt iets voor zichzelf dan is het meestal oppassen geblazen. De aangever loopt namelijk het gevaar dat de lezer of toehoorder gaat denken: Wat nou voor zichzelf spreken? Weet de brenger van deze boodschap het soms zelf niet; wil hij geen discussie over het onderwerp of blijft hij liever eventjes buiten schot? De meest intrigerende variant is dat die aangever vindt dat hij gelijk heeft, immers het beeld spreekt voor zich en of je dus maar even verder je mond zou willen houden.

    Daar sta je dan, kijkend naar deze nieuwe schildering van Bert Megens. Zijn toelichting erop sluit hij af met de melding dat hij denkt dat het beeld voor zichzelf spreekt. Gezien het begin van dit betoogje had Bert de schildering dus gevoeglijk achterwege kunnen laten. Hij had kunnen volstaan met de verwijzing naar de film waarin dit beeld voorkomt: ‘Ga kijken mensen, daar kun je iets zien dat voor zichzelf spreekt’. Blijkbaar vond hij het nodig het spreken toch ook maar even zelf ter hand te nemen.
    En zo zitten we nu met dit voorzichzelfsprekend beeld. En wat heeft het ons te zeggen?

    Dat het van Bert is.
    Dat spreekt voor zich.

  3. Reactie op Nieuwsbrief 27 – Hans brengt ‘t rond – door Jos Swiers

    Jos Swiers
    jswiers@ziggo.nl
    217.101.111.57

    De grenzeloze nieuwsgierigheid van jonge kinderen kent zowel zijn fraaiste als zijn meest irritante vorm in de waarom-vraag. Vooral wanneer elk antwoord prompt een vervolg krijgt met een nieuw: waarom? Dat kan eindeloos, of liever nog tot vervelens toe doorgaan. Je ziet dat verschijnsel ook wel in monografieën over kunst. Waarom hanteert de schilder hier de kleur blauw en niet groen, waar het bladerdak toch algemeen als groen mag worden beschouwd? En dat dan 267 pagina’s lang, nog afgezien van de vele afbeeldingen. In blauw dan wel te verstaan. Of: waarom tekende de kunstenaar alleen de bloem en niet de gehele plant? Er zijn mensen op gepromoveerd met als voornaamste resultaat dat boekhandelaren in ramsjboeken er grof goud geld mee verdienen. Blijkbaar bestaat er toch een onuitwisbare behoefte naar zingeving, weten waarom iets is zoals het is. Waarom niet volstaan met alleen maar kijken, horen, voelen of proeven en daar dan vervolgens volop van genieten? Daar heb je ‘m dan, die onweerstaanbare waarom-vraag. Weg ermee. Kijken en alleen op je laten inwerken. De postbode van Van Gogh, de postbode van Nussbaum en nu de postbode van Megens. Waarom? Antwoord: daarom.

  4. Reactie op Nieuwsbrief 26 – Gerard Schilder – door Jos Swiers

    Wim Sonneveld.
    Je moet hem vooral horen en zien. Zijn dictie, zijn intonatie en zijn timing, zowel in zijn conferences als in zijn liedjes. Ga maar eens luisteren, bijvoorbeeld op YouTube. Zijn conference ‘de gulle lach’ is een mooi voorbeeld, waarbij hij natuurlijk veel te danken heeft aan de tekstschrijver(https://youtu.be/jPx2V8TMHh4).

    Een stukje uit die tekst.

    ‘….. Ach, meneer Sonneberg, se hebbe geen gefoel voor humor meer, de Amsterdammers. Saggerijne sijn ‘t, allemaal. Neem mij nou. Ik loop vanmorrege om hallef elf in de Ferdinand Bol, ‘k hep twee borrels op, meer niet. Boven aan een ladder zie ik een fent staan met een grote bijl in de muur te hakke.
    Ik roep naar boven: “Hé, da doe je fekeert”.
    Hij komt naar beneden en seg tege me: “Wat seggie?”
    Ik seg: “Je doet ’t fekeert.
    Dan segtie: “Hoesoo?”
    “Dat moet je een ander late doen”.
    Een aardigheidje, meneer Sonnenberg. Ik hep een borreltje op, u weet hoe da gaat, ik was goedgemutst. Wat dagtu dattie moest lache, dat stuk sjaggerijn? Weet u wattie tege me sei?
    “Mot je me daarfoor de ladder af late komme?”
    En hij geeft me een dreun tege me herses. Dan konnikut toefallig goed hebbe, want ’t was maar een klein gosertje, maar efe so goet lag ik vanmorrge om hallef elf al te matte op de Ferdinand Bol. Daarom fraag ik u af , meneer Sonneberg, waar is de gulle lach op hede geblefe? Dat fraag ik u af’.

    Het antwoord op deze vraag is duidelijk: hier op dit schilderij.

  5. Reactie op Nieuwsbrief 24 – Gaan sit – door Jos Swiers

    Het verkeerde been?

    Naar iets kijken leidt maar al te vaak tot lezen. Niet van een boek, o nee, maar van je eigen herinneringen. In je geheugen raast een ‘lezer’ als een gek langs en door alle persoonlijke opslagplaatsen om dan abrupt te stoppen bij een beeld dat naadloos past op dat waar je naar kijkt. Dat gaat onbewust, er is geen extra inspanning voor nodig. En daar is het al: Singer Museum in Laren. Ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw alweer. Een tentoonstelling van Hollandse schilders met werk dat ze in Noord-Afrika hadden gemaakt. Heel veel eigentijds ook. Wat een kleuren, onvoorstelbaar licht, pastel in de zon. Dat komt zo opeens maar weer tevoorschijn. Met als eerste gedachte: dit kan dus niet Nederland zijn, dit is onhollands. Maar het is toch echt Maastricht. Het standbeeld van de lokale liedjesheld laat daar geen twijfel over bestaan. Noord-Afrika in Nederland?
    Tot het langzaam, tergend langzaam begint door te dringen dat je naar iets heel anders zit of staat te kijken. Hier is de klimaatverandering in beeld gebracht. Dit is het deels al toekomstige Nederland. Veel zon, alles licht, wat een kleuren. En een glimlach, jazeker.

  6. Reactie op Nieuwsbrief 23 – Luk je, opa? door Jos Swiers

    Zo zijn er de:

    Ballade van de drie rovers
    Ballade van de drie jagers
    Ballade van de drie vaganten
    Ballade van de drie matrozen
    Ballade van de drie rivieren
    Ballade van de drie mieren
    Ballade van de drie monniken

    En nu dus ook een:

    Ballade van de drie kleinkinderen

    Er waren eens drie kinderen
    Hoe klein, hoe fijn, hoe flink
    Die gingen spelevaren
    Met opa op de brink

    Ze stoeiden met de spanen
    Hoe leuk, hoe fijn, hoe mooi
    Ze gingen kopje onder
    Het werd een flinke zooi

    Maar opa greep de kleuters
    Hoe goed, hoe snel, hoe koel
    Ze kregen op hun donder
    Het was een fraaie boel

    Voor straf moesten ze zitten
    Hoe stil, hoe recht, hoe net
    En zo ontstond, o wonder
    Voor elk een portret

  7. Reactie op Nieuwsbrief 22 – Paddy Langan door Han Hol.

    Aengus

    De poëzie van de Ierse dichter William Butler Yeats (1865-1939) laat zich uitstekend uitvoeren als liedtekst en dit is in het verleden dan ook regelmatig gedaan door uiteenlopende zangers en bands. Vorig jaar bracht de Brits/Ierse band The Waterboys een album uit waarop maar liefst 14 gedichten van Yeats op muziek zijn gezet. “An Appointment with Mr. Yeats” vind ik een werkelijk schitterende cd met afwisselend stevige folkrock en wat meer ingetogen nummers. De altijd gepassioneerde en indringende zang van Mike Scott, de meeslepende vioolsolo’s van Steve Wickham, de gedrevenheid en schaamteloze romantiek zijn bekende elementen in het werk van The Waterboys, die ook al weer zo’n 30 jaar actief zijn.

    W.B. Yeats

    W.B. Yeats verzamelde sprookjes en volksverhalen en verwerkte deze in zijn gedichten en toneelstukken. Zijn werk is vaak diep symbolisch met elementen uit de folklore en de Ierse en Griekse mythologie. Hij was een spiritueel zoeker, het occulte en de natuur waren hierbij van groot belang. Waterboys voorman Mike Scott is zelf een Schot, maar laat zich al jaren inspireren door Ierland, natuur, mythologie en mystiek. Hij is dan ook een groot liefhebber van de poëzie van W.B. Yeats. Zijn moeder, docente literatuur, bracht hem al heel jong in aanraking met Yeats’ gedichten.

    W. B. Yeats: “The Song of Wandering Aengus” (1899)

    I WENT out to the hazel wood,
    Because a fire was in my head,
    And cut and peeled a hazel wand,
    And hooked a berry to a thread;
    And when white moths were on the wing,
    And moth-like stars were flickering out,
    I dropped the berry in a stream
    And caught a little silver trout.

    When I had laid it on the floor
    I went to blow the fire a-flame,
    But something rustled on the floor,
    And someone called me by my name:
    It had become a glimmering girl
    With apple blossom in her hair
    Who called me by my name and ran
    And faded through the brightening air.

    Though I am old with wandering
    Through hollow lands and hilly lands,
    I will find out where she has gone,
    And kiss her lips and take her hands;
    And walk among long dappled grass,
    And pluck till time and times are done,
    The silver apples of the moon,
    The golden apples of the sun.

    En dit is de interpretatie van The Waterboys:

    Aengus is een god uit de Ierse mythologie, die altijd jong blijft en leeft op een plek waar je onsterfelijk bent en waar altijd eten en drinken in overvloed is. Er zijn veel verhalen over hem, in een daarvan wordt hij hevig verliefd op het meisje Caer, dat hij eigenlijk alleen in een droom gezien heeft. Na jaren zoeken vindt hij haar uiteindelijk. Zij is afwisselend jaarlijks een meisje of een zwaan. Als hij haar vindt is ze een zwaan en Aengus verandert ook in een zwaan.

    Overeenkomsten in Yeats romantische en mysterieuze gedicht zijn de obsessieve liefde na slechts een glimp van het meisje, de zoektocht, de metamorfose in een dier, hoewel hier een forel en geen zwaan. Het meisje doet ook denken aan de Ierse mythe van de maidens of the sea, die mannen beheksen en ze verliefd maken.

    In tegenstelling tot de Aengus uit de mythe wordt Yeats hoofdpersoon aan het eind niet verenigd met zijn geliefde en wordt hij ouder tijdens het vruchteloze zoeken. Maar de bitterzoete eindregels zijn optimistisch en duiden waarschijnlijk op een hiernamaals waarin de hoofdpersoon uiteindelijk zijn geliefde vindt en voor eeuwig jong zal zijn als de Aengus uit de mythe.

    Het gedicht biedt meerdere interpretatiemogelijkheden. Bijvoorbeeld de zilveren appels van de maan en de gouden appels van de zon. Aengus eet ze beiden wat zou kunnen duiden op een perfecte harmonie van zijn instinctieve onbewuste kant en zijn rationele, intellectuele, gedisciplineerde zelf. In deze betekenis zou de glimmering girl helemaal geen individu zijn, maar een aspect van Yeats psyche namelijk het primitieve, zorgeloze aspect dat hij nog niet volledig kan toelaten omdat hij nog te gedisciplineerd en te intellectueel is.

    Appels plukken kan ook worden uitgelegd als het genieten van de sensualiteit in het leven.
    Maar feitelijk gaat dit gedicht natuurlijk over de zoektocht van de held, een veelgebruikt thema in mythologie en literatuur. De protagonist zoekt iets ongrijpbaars en zal het logischerwijs nooit vinden. Toch behoudt hij zijn vertrouwen en dit vertrouwen geeft zijn leven zin.

  8. Reacties Nieuwsbrief 20 – Leo Schoots op 4 juni 2017

    JOS SWIERS
    04/06/17 AT 12:14
    Onvervulde wensen en beloften, verwachtingen die wegvluchten over de einder, de altijd onbereikbare regenboog: waarom houdt een mens de herinnering daaraan levend? Ook al verkeert die mens in de wetenschap dat die te allen tijde onvervuld en onbereikbaar zal blijven. Of misschien toch niet? Zeker weten doe je het nooit. Het is juist die vorm van zelfkwelling die tegelijkertijd zowel een negatief als een positief effect sorteert. De vervulling blijft uit, maar het is aangenaam de verwachting te kunnen blijven koesteren.
    Die leeuwerik die de door Bert Megens geportretteerde Leo Schoots hem ooit zou laten zien: het is er nooit van gekomen. Maar nu wordt het penseel op het doek gezet en daar duikt hij weer op, onweerstaanbaar, de leeuwerik. Je zou er poëzie voor en over kunnen gaan schrijven. Maar daar lukt het niet. Zoek maar op: Frederik van Eeden (Hei-Leeuwerik), J.H.L. Leopold (Idylle) of Lucebert (Landjuweel). Leeuweriken alom, maar niet de ongeziene, de zich niet vertonende. Dichters trekken hun ader blijkbaar pas open als ze het beestje horen of hebben horen twinkeleren. Dan raken ze verrukt en kunnen en mogen wij tot in lengte van dagen van die verrukking meegenieten. Het valt te begrijpen, want hoe moeilijk moet het zijn te verwoorden wat je nooit hebt gezien: hoe ziet het vogeltje eruit, hoe klinkt het, gaat het hoog-laag of laag-hoog? Allemaal zaken die de dichter graag tot zich neemt alvorens zijn woordenkast open te trekken. Dus wat te doen als schilder? Die heeft de mogelijkheid om het onvervulde alsnog van een invulling te voorzien. Hij hoeft niets te laten zien omdat hij van de beschouwer van zijn werk mag verwachten dat die zelf maar kijkt. En zie (hier dus opeens letterlijk en figuurlijk). Vooruit dan maar: Leo Schoots lijkt te zeggen: “Bert, je weet beter. De leeuwerik is daar, waar je me naar laat lijken, ins Blaue hinein”.
    Dat verklaart ook meteen de kleurstelling van dit schilderij.

    Jos Swiers
    4 juni 2017

    BERT MEGENS
    04/06/17 AT 13:07

    Jos Swiers heeft gelijk: de leeuwerik is daar.
    Zoals toen ik, het Pieterpad lopend, langs het Leeuwerikveld in Coevorden kwam. Daar even rust nam om het luchtruim af te speuren, want zuou die naam onderdeel zijn van een Vogelwijk of bedacht zijn om wat daar vliegt? Het laatste bleek waar. Als je daar toen de leeuwerik ziet vliegen en hoort zingen, dan slaag je er later gemakkelijker in om de leeuwerik ook elders op te merken zoals dichter bij huis in de uiterwaarden van de Waal bij Heesselt. Dat streelt oog en oor. En wat had ik dat nog graag samen met Leo beleefd.

  9. Reactie Nieuwsbrief 19 – Johan Berger op 10 mei 2017

    Kortsluiting
    ‘Zien gaat vooraf aan woorden” is een deel van het citaat dat Bert Megens heeft geplaatst bovenaan zijn mailing bij de 2 nieuwe portretten die hij heeft gemaakt van John Berger. Wat een waarheid. Want ik zie meteen een tekening en een schilderij. Ik lees verder en daar staat over beide portretten: Eén met olieverf in zwart-wit, in de sfeer van de Verkerke-affiches uit die tijd, en een met acryl in verschillende blauwtinten. Kortsluiting in mijn hoofd is het gevolg. Olieverf in zwart-wit? Mijn ogen weigeren dit te accepteren. Dan maar even de proef op de som genomen.
    De beide afbeeldingen gaan in een fotobewerkingsprogramma en alle toevoegingen behalve zwart-wit gaan er uit. Bovendien krijgen ze een aanzienlijke vergroting naar 400%. Wat je dan ziet is prachtig: mooie penseelstreken in de oorsponkelijke blauwtintenversie; Stippen en strepen bij de andere. Geen penseelindicatie te vinden. Tijd voor de expert.
    De door mij benaderde expert krijgt alleen de zwart-wit afbeelding met de vraag: in wat voor techniek is deze afbeelding vervaardigd en valt er misschien nog wat meer over te zeggen?
    Het antwoord is duidelijk: dit is een tekening. En als toevoeging: ‘Verder is de tekening gemaakt op papier met een wat grove grein, gezien de openheid en transparantie van de lijnen. Bovendien denk ik dat de tekening gemaakt is naar een foto als ik kijk naar het ontbreken van details onderzijde neus en bij de mond. Ook bij de ogen zou bij een tekening naar het leven net meer detail zichtbaar zijn’.
    Dat is mooi en goed gezien van die expert. Vooral ook omdat ik zo de kortsluiting in mijn hoofd op kan heffen. Maar wat als de maker alsnog meldt: jullie hebben het mis. Het is weldegelijk een olieverfschilderij. Dan rest slechts deze conclusie: Bert kan tekenen in olieverf.

    Jos Swiers
    17 mei 2017

  10. Reactie Nieuwsbrief 17 – Joop Wilke op 19 maart 2017

    Het eerste dat me te binnen schiet bij het zien van dit nieuwe portret van Bert Megens is: dit zou wel eens een ‘Kloosje’ kunnen zijn. Je kunt de tekening wonderwel in verband brengen met het befaamde beginsel van de Tachtiger Willem Kloos : kunst is de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie. Nu is die uitspraak al ruim een eeuw oud, maar daarmee zeker nog niet achterhaald. Sterker nog, de leeftijd ervan zou wel eens dicht in de buurt kunnen liggen van die van de geportretteerde. Wat ik zie is het leven geleefd, een persoon in de tijd gezet. Wat ik zie is vreugde vanwege dat leven, vanwege die geleefde tijd. De tekenaar heeft dat gezien, moet dat gevoeld hebben zodra hij de foto in handen kreeg die hem tot deze tekening bracht. In dat opzicht is er zelfs sprake van een dubbele expressielaag en daarmee ook van een dubbele emotie. Als eerste die van de foto zelf op de beschouwer ervan en vervolgens die van de handmatige weergave met potlood en krijt. De gestolde herinnering die men wel aan foto’s toekent is tot nieuw leven gewekt. Dat doet kunst blijkbaar. Dat kan kunst blijkbaar. Wie wil weten hoe ouderdom letterlijk en figuurlijk een gezicht krijgt, kan nu ook hier terecht. Bij het ‘Kloosje’ van Bert

  11. Beste Bert,

    Wat een mooi verhaal.
    Zoiets moet verteld worden want het werkt bemoedigend
    Voor mensen die in deze tijd met een zoektocht bezig zijn
    Voor geschikte aangepaste opvang/ begeleiding voor hun kinderen.
    Ik ken Hein niet maar leer hem een beetje kennen uit jouw
    onderstaand portret. Ik zie een optimistisch, blijmoedig mens, die ergens voor gaat omdat hij niet snel gelooft dat iets niet kan. Ervoor gaan met een blij gemoed.
    Zijn open blik en zijn lach werkt op mij aanstekelijk; dat zal hij ook naar veel anderen hebben gedaan en zo blijft iets gaande en verslapt de aandacht niet.
    Stevig postuur en rechte schouders; die loop je niet omver.
    Zachte gelaatstrekken, menslievend.
    Hij is open ,dus te overtuigen en voor iets beters maar dan moet je wel met iets komen.
    Dat verdient een portret.

    Mooi getroffen , denk ik zo
    Warme groeten,
    Veel plezier en voldoening met portretteren.
    Liesbeth

  12. Beste Bert,

    Een Vlaamse schilder die veel portretten heeft gemaakt en daarnaast ook schilderles gaf, kreeg van iemand de vraag (of het verzoek) hem te leren hoe portretten te schilderen. Hij gaf als antwoord: dat kan ik niet. Ik kan u wel leren schilderen. De vragensteller was daar zeer door teleurgesteld, bleef doorvragen, maar kreeg telkens hetzelfde antwoord. Gedesillusioneerd vertrok hij uiteindelijk, dit wel tot grote vreugd van de schilder.

    Heeft hij gelijk, die schilder? Of liever niet: heeft hij gelijk, maar is zijn benadering te begrijpen? Met een goede opleiding – en natuurlijk enig talent bij de op te leiden persoon – is het mogelijk om objecten op het doek weer te geven. Of dat nu realistisch of abstract gebeurt, doet er niet al te veel toe. Bij het schilderen van portretten van personen spelen twee bijzondere elementen een rol: expressie en impressie. De expressie ligt bij de te schilderen persoon en wordt vooral zichtbaar in de gelaatsuitdrukking. De schilder heeft tegelijkertijd te maken met zijn interpretatie van die uitdrukking: de impressie. Als die – meestal schijnbaar – overeenkomen, dan zal de geschoolde/ervaren schilder niet al te veel problemen ondervinden bij het opzetten en uitwerken van een portret. Hoe anders kan dat zijn als de schilder de expressie van zijn ‘model’ niet direct kan duiden. Dan wordt het zoeken en worstelen.
    Dezelfde situatie treedt op wanneer de schilder zijn resultaat presenteert aan de opdrachtgever(s). Het gaat er niet primair om of er sprake is van een treffende gelijkenis maar of het geportretteerde beeld in hoge of voldoende mate samenhangt met de impressie van de toeschouwer/kijker.

    Portretschilders en -tekenaars laten nog wel eens weten dat het voor hen eenvoudiger is of lijkt om portretten te maken van personen die een vrolijke uitstraling vertonen. Die wordt dikwijls geassocieerd met een positieve levenshouding en zelfbeeld. Een meer bedachtzame uitstraling leidt daarentegen nogal eens tot botsingen bij de kunstenaar met zijn impressie van de daarbij behorende gelaatsuitdrukking. Op de een of andere manier lijkt het of daarbij een omvangrijkere complexiteit aan de orde is. En blijkbaar is die moeilijker te interpreteren. Uit de wetenschap is ook bekend dat een positieve gelaatsuitdrukking een grotere herkenning oplevert en daarmee meteen de impressie in hoge mate beïnvloedt. En dat staat allemaal nog los van de vraag: is de impressie van de kunstenaar de juiste of niet.

    Kortom, mij verbaast het niet dat je met het portret van Mare minder uitvoeringsproblemen hebt ondervonden dan bij dat van Merijn. Want wat eerder voor jou gold, geldt nu ook voor mij. Jouw beide portretten zijn nu voor mij de expressie, en mijn waardering en beoordeling zijn het resultaat van mijn impressie. Ik zie twee totaal verschillende kinderen, waarbij het portret van Mare een heel directe indruk achterlaat en dat van Marijn tot nadenken stemt. Niet dat dit ook maar iets met de werkelijke karakters van de beide kinderen te maken heeft. Maar het zou goed kunnen dat wat ik ervaar bij het zien van de afbeeldingen in feite dezelfde oorsprong heeft als wat jij hebt gezien, en wat de grootouders blijkbaar ook zien.
    Dat heten dan geslaagde portretten. Het is dus niet uitgesloten dat mijn indruk dicht tegen die van de opdrachtgevers en die van jou als uitvoerder aanligt. Een mooie aanvulling op jouw inmiddels behoorlijk omvangrijke portrettengalerij.

    hartelijke groet,
    Jos Swiers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.